Een verschrikkelijke vrijdag (Pagina 04)

die reeds stamden uit de tijd van Mozes en die gebundeld waren in de Talmoed. Deze wetten behoorden tot de beste die er tot die tijd waren geweest en vele ervan zijn ook nog heden volmaakt actueel. Als zodanig was het Sanhedrin een voorbeeldig en eeuwenoud juridisch instituut. De leden van het Sanhedrin moesten dan ook aan hoge intellectuele en sociale eisen voldoen. Voor het nemen van een belangrijk besluit, zoals een ernstige veroordeling, waren meestal twee zittingen nodig. Die zittingen moesten echter op twee achtereenvolgende dagen plaatsvinden. Er mocht geen dag tussen zitten. Dit was nu een probleem in het geval van Jezus. Het was in de nacht van donderdag op vrijdag. Op vrijdagavond begon zowel de Sabbat als het Paasfeest en dan kon er geen recht gesproken worden. Daarom kwam de Raad ‘s ochtends heel vroeg voor de tweede maal bijeen onder voorzitterschap van Caiaphas, die toen al elf jaar in functie was en die vermoedelijk goede relaties onderhield met de Romeinse procurator of landvoogd Pontius Pilatus.
Het Sanhedrin was zonder enige twijfel bevooroordeeld ten opzichte van Jezus. Dat was ook wel te begrijpen, want de belangrijkste religieuze groeperingen binnen de Raad, name-lijk de Sadduceeën en de Farizeeën, waren kort tevoren nog het mikpunt geweest van Christus’ onbarmhartige kritiek. Ze waren zeker niet vergeten dat ze door hem waren vergeleken met wit gepleisterde graven, die van buiten wel mooi leken doch van binnen vol verderf waren (Matth. 23). Ze waren uitgemaakt voor blinde wegwijzers, huichelaars, uitzuigers, slangen en adderengebroed. En Annas, die verantwoordelijk was voor de gang van zaken in de tempel, herinnerde zich nog heel goed hoe Jezus daar de geldwisselaars en alle handelaren in offerdieren en devotieartikelen, eruit had gegooid onder het roepen van: ‘Dit is een bedehuis en geen rovershol!’ (Marc. 11:15). De Sadduceeën, die de sociale en economische aristocratie vormden, hadden bovendien weinig op met een barrevoets lopende armoedzaaier, die hen glashard voorhield dat hoeren en tollenaars hen voor zouden gaan in het Koninkrijk Gods (Matth. 21:31-32).
Het proces werd een schijnvertoning en een zwarte vlek op de eerbiedwaardige traditie van het Sanhedrin. De oude voorschriften werden met voeten getreden. Reeds de nachtelijke arrestatie was tegen de wet. De beschuldiging werd tijdens het proces wel driemaal veranderd. De getuigen waren vals en spraken elkaar tegen. Er werd geen onderzoek verricht naar de juistheid der beweringen en er werd geen verdediging toegestaan. Het proces doet, achteraf gezien, sterk denken aan de vele schijnprocessen die wij zo goed kennen uit onze tijd. Bijvoorbeeld de beruchte Moskouse processen in de jaren dertig, toen de communistische dictator Jozef Stalin zich op dezelfde wijze ontdeed van potentiële politieke tegenstanders. Ook in het Duits-land van Adolf Hitler waren soortgelijke processen geen uitzondering. Er zijn daar zelfs filmopnamen van bewaard gebleven die schokkend zijn om aan te zien. Zo werd in het geval van Christus dan de doodstraf voorgesteld op grond van ‘godslastering’. Het Sanhedrin mocht echter van de Romeinse bezetter niemand ter dood veroordelen. Dat recht had alleen de procurator Pilatus. Daarom werd Jezus op vrijdagmorgen tussen 6.oo en 8.oo uur naar het hoofdkwartier van Pilatus gesleept, het Praetorium in het fort Antonia.
Pilatus had als Romein geen boodschap aan de beschuldiging van godslastering en dus werd de aanklacht wederom een aantal malen veranderd en wel in aanzetten tot oproer, ontduiken van de belasting, verleiden van het volk en tenslotte ondermijning van het gezag van de Romeinse keizer. In een vermoedelijk diepgaand privégesprek geraakte Pilatus onder de indruk van Jezus’ persoonlijkheid en integriteit. Hij verklaarde hem onschuldig en sprak hem vrij. De Joodse leiders maakten bezwaar en dreigden over Pilatus een klacht in te dienen bij diens hoogste chef keizer Tiberius in Rome. Pilatus zag zijn carrière bedreigd. Als afleidingsmanoeuvre zond hij Jezus de Nazarener, die immers in Judea geboren was, naar de joodse koning van die landstreek: Herodes Antipas, die toevallig vlakbij resideerde. Het was slechts acht minuten lopen.
Herodes was de zoon van Herodes de Grote, die ruim dertig jaar tevoren de massale kindermoord te Bethlehem had bevolen. Zélf had hij een verhouding met zijn schoonzuster Herodias op wier aandringen hij nog niet zo lang tevoren Johannes de Doper had laten onthoofden. In de ogen van het joodse volk was Herodes Antipas dan ook een verachtelijk mens. Jezus bracht zijn minachting tot uiting door geen woord te zeggen en op geen enkele vraag te antwoorden. Bij de terugkomst van Jezus in het Praetorium verklaarde Pilatus het toegestroomde volk dat ook Herodes niets strafbaars had gevonden. Pilatus ging echter door de knieën voor de chantage van de op bloed beluste menigte op het pleintje voor zijn bureau. Die menigte was niet repre-