Een verschrikkelijke vrijdag (pagina 03)

leven. Steeds weer zal hij zich moeizaam opdrukken en zich daarna gedwongen door de pijn laten zakken. Zijn door de voorafgegane geseling kapotgeslagen rug wordt daarbij door het ruwe hout voortdurend opengescheurd. Op en neer, tienmaal, honderdmaal totdat de uitputting het hem dat verder onmogelijk maakt en hij sterft aan verstikking.
Nadat de dood was ingetreden, bleven de lichamen der veroordeelden vaak aan het kruis hangen tot ze door roofdieren of door vogels werden verslonden of er door ontbinding van afvielen. Golgotha betekent niet voor niets ‘schedelplaats’. Evenwel kon de familie van de terechtgestelde het dode lichaam opvragen aan de Romeinse autoriteiten teneinde het te begraven. Dit werd vaak toegestaan zonder dat daarvoor extra kosten in rekening werden gebracht. Alleen moest dan de dood officieel zeker gesteld worden met behulp van een lanssteek dwars door de borst.
Het was soms een heel werk om de dode weer van het kruis te krijgen. De vierkant gesmede spijkers zaten soms zo vast in het taaie cipressen-hout, dat men soms met een bijl of een zaag de veroordeelde moest losmaken. Hij werd dan begraven met een stuk hout nog aan de spijkers, die nog in zijn ledematen zaten. spijker die er nog dwars doorheen steekt.
Voor ons, als mensen uit de twintigste eeuw, klinkt dit alles als ijzingwekkende doch medischhistorisch gezien interessante geschiedenis. Maar voor de inwoners van het Romeinse Rijk anno 33 waren dit zeer actuele feiten. Thans is in het licht van deze gegevens de Passie van Pasen, de lijdensgeschiedenis van Jezus de Nazareeër, beter te reconstrueren.
De feitelijke passie begon op donderdag 2 april, de 13e Nisan van de Joodse kalender. Nadat Jezus om ongeveer 9.00 uur ‘s avonds met zijn discipelen de maaltijd had beëindigd, die als Laatste Avondmaal de ge-schiedenis zou ingaan, verliet hij het oude Jeruzalem via een zuidoostelijke stadspoort. Hij was toen nog maar in gezelschap van elf volgelingen. Judas Iskariot had reeds tijdens de maaltijd de eetzaal verlaten om zijn leermeester te verraden. Na het in noordwestelijke richting volgen van de vallei van de beek Kidron, kwam de groep na ongeveer 2 km lopen in een tuin genaamd Gethsémane aan de voet van de Olijfberg. Daaruit was de gehele stad te overzien. De grote, fraai gerestaureerde tempel van Salomo en de burcht Antonia, waar de Romeinse gouverneur of procurator Pilatus zetelde, waren zelfs in het duister nog waarneembaar. In die idyllisch gelegen tuin overviel Jezus, die wist wat hem te wachten stond, een wurgende angst.
Zijn discipelen, verzadigd van de maaltijd, vielen de één na de ander in slaap. Beroofd van iedere menselijke steun werd hij, zoals de medicus-discipel Lucas schrijft ‘... dodelijk beangst. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen’ (Luc. 22:4.4.). Het zweten van bloed, medisch bekend onder de naam haemathydrosis, is uiterst zeldzaam en schijnt te kunnen voorkomen bij extreme emoties. Zo beschreef de Nederlandse scheepsarts D.H. Gallandat in de Verhandelingen van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen van 1773 een geval van haemathydrosis bij een 30-jarige Deense zeeman. Tijdens een ontzettende storm, waarbij het schip dreigde te vergaan, werd de matroos zo door paniek bevangen dat het angstzweet van zijn gezicht droop. Dit zweet was rood gekleurd door bloed. Bij nauwkeurige inspectie door de scheepsarts bleek uit de huidporiën bloedig zweet te komen. De zeeman had daarbij tijdelijk het bewustzijn verloren. Deze unieke waarneming werd door dr. Gallandat gedaan in 1751.
Om middernacht vond de arrestatie plaats. Judas verried Jezus met een kus. De discipelen vluchtten, één ervan zelfs praktisch naakt met achterlating van zijn kleding. Via de weg die Jezus gekomen was, werd hij ook weer teruggevoerd. Men bracht hem naar het huis van de hogepriester Caiaphas, vlakbij de zaal van het Laatste Avondmaal. De eerste ondervraging, ten overstaan van de joodse Raad, vond plaats door de oudste hogepriester Annas. Deze was meer dan 8o jaar oud, een man van grote politieke invloed en schoonvader van de jongere hogepriester Caiaphas. Annas vroeg Jezus wat voor een leer hij eigenlijk verkondigde. ‘Vraag het aan degenen die gehoord hebben wat ik heb gesproken,’ was het antwoord. Dat werd als een brutaliteit beschouwd en de dienaren van de hogepriester sloegen erop los en spuwden de gevangene in het gezicht. Tegen het ochtendgloren werd hij geboeid naar Caiaphas gebracht, de tweede hogepriester.
Caiaphas hield zitting met de grote Joodse Raad, het Sanhedrin, dat, als het voltallig was, uit 71 personen bestond. De taak van dit hoogste rechtscollege was het bewaken en het op de juiste wijze toepassen van de duizend jaar oude joodse wetten