Een verschrikkelijke vrijdag (Pagina 01 tot 07)

Een verschrikkelijke vrijdag
Hoofdstuk uit ‘Bijbelse tijdgenoten’ van prof. Bob Smalhout

============
DE ROMEINSE SOLDATEN die op vrijdagmorgen 3 april van het jaar 33 op de heuvel Golgotha 10 á 20 cm lange spijkers door de polsen en voeten van een drietal veroordeelden sloegen, hebben zich niet gerealiseerd dat zij medewerkten aan een drama dat het aanschijn van de wereld zou veranderen. Ze wisten zelfs niet dat het 3 april was want onze tijdrekening bestond toen nog niet. Officieel was het de 14e van de maand Nisan van het joodse kalenderjaar 3793.
Het is deze gebeurtenis en de daarop volgende wederopstanding van Jezus uit de dood, die op Goede Vrijdag en Pasen over de hele wereld herdacht en gevierd wordt door meer dan één miljard Christenen. En het martelinstrument, het kruis, werd het symbool van dit nieuwe geloof, tot op de dag van heden.
Er is betrekkelijk weinig literatuur over de medische kant van het lijdensverhaal. Zo komt het dat miljoenen Christenen, die op de één of andere wijze als uiting van hun geloof een crucifix of kruisje dragen, niet weten van wat voor hels instrument hun vaak fraai bewerkte sieraad de gestileerde afbeelding is. De evangelisten schreven er verder niets over, omdat dit in hun tijd gewoon niet nodig was. Kruisiging was toen een vaak toegepaste vorm van doodstraf en iedereen in het Romeinse Rijk wist hoe dat ging en wat dat betekende. Vandaar ook dat het kruis, als symbool van het Christendom, pas heel geleidelijk in zwang gekomen is, lang nadat kruisiging als methode van terechtstellen in het jaar 337 door Constantijn de Grote was afgeschaft. De kruisdood was namelijk zó verschrikkelijk, dat tot t 400 na Christus niemand op het idee kwam om het kruis als symbool te gaan gebruiken. Net zomin als de hedendaagse mens het in zijn hoofd zou halen een zilveren elektrisch stoeltje of een gouden gaskamertje als object van devotie om de hals te dragen.
Het kruisigen was geen Romeinse uitvinding doch de Romeinen hebben het in Carthago leren kennen bij de Phoeniciërs. Ze hebben het overgenomen en geperfectioneerd tot een bijna wetenschappelijk uitgedachte methode om een maximale pijn te veroorzaken en een in lengteduur te doseren doodsstrijd te bewerkstelligen. De terechtstelling met behulp van het kruis is bijna 1000 jaar in gebruik geweest. De Romeinen ge-bruikten het als straf voor slaven en krijgsgevangenen en bij ernstige mis-daden zoals bijvoorbeeld desertie uit het leger, hoogverraad en moord. Romeinse vrije burgers waren bij de wet beschermd voor deze vorm van terechtstelling die altijd in het open-baar plaatsvond. Bij iedere stad stonden één of meer kruizen permanent opgesteld, zoals vroeger in onze streken het schavot en de galg.
Het kruisigen van Christus was op zichzelf dan ook geen opzienbarende gebeurtenis. Zulke terechtstellingen gebeurden met grote regelmaat. Het is van de Romeinen bekend dat bij massaexecuties in de circussen, de arena er soms als een woud van kruizen uitzag. En nadat de zogenaamde Spartacusopstand in het jaar 71 voor Christus was neergeslagen, werden er alleen al langs de Via Appia van Capna tot Rome 6472 kruisen geplaatst. Aan elk ervan hing een opstandige slaaf of gladiator.
Het was gebruikelijk dat de veroordeelden geheel naakt de dwarsbalk zélf naar de plaats van executie droegen. Dat was een extra pijniging want meestal was het slachtoffer al met beide armen uitgestrekt aan die balk vastgebonden. Zo rustte het gewicht in feite op de uitsteeksels van de bovenste rugwervels en de laagste nekwervels. Mocht de veroordeelde onderweg struikelen dan werd hij meestal ernstig gewond, want hij viel voorover plat op zijn gezicht. Daarbij kreeg hij nog het gewicht van de balk in zijn nek. Hij kon zijn gezicht niet beschermen daar zijn handen wijd uitgestrekt aan het stuk hout vastgesnoerd waren. Bij die valpartijen braken soms de neus, jukbeenderen en de tanden van de ter dood veroordeelde. Ook Jezus heeft niet het gehele kruis gedragen. Hij droeg alleen de dwarsbalk. Deze was van cipressehout en zal ongeveer tussen de 30 en 50 kg gewogen hebben, het gewicht dus van 1 á 2 zakken cement. Het gehele kruis woog tussen de 100 en 150 kg en was dus niet door één persoon te tillen geweest. Eenmaal op de executieplaats aangekomen waren er twee mogelijkheden. De veroordeelde kon met touwen of riemen aan het kruis worden bevestigd of met behulp van spijkers. Veelal werd echter gebruik gemaakt van spijkers. Deze waren 7 tot 20 cm lang, vierkant in doorsnede, spits beginnend en met een maximale dikte van 6 tot 9 mm. Het vastnagelen van het slachtoffer ging als volgt in zijn werk. De dwarsbalk werd op de grond gelegd. De
veroordeelde moest eveneens op de grond gaan liggen en wel met de schouders op de balk. Zijn hoofd hing dan achterover en zijn armen werden wijd uitgespreid. Terwijl één of twee soldaten een arm vasthielden aan hand en elleboog, zette een andere soldaat een spijker met de punt in de pols, precies waar de onderarm overgaat in de hand, onder de duimmuis